OMSCHRIJVING VAN HET OBJECT INLEIDING Herkenningsgegevens Situering Voormalig fabriekspand langs de Rijn Bouwdelen Kantoorgebouw aan de straatzijde, aan de linkerzijde een uitbouw, aan de achterzijde een productiehal. Op het achterterrein een aantal loodsen. Hoofdvorm bouwdelen Het kantoorgebouw heeft een rechthoekige plattegrond van één bouwlaag met daarop een zolder, aan de linkerzijde is een éénlaagse uitbouw onder een plat dak. Specifieke bijzondere onderdelen Exterieur Gestuukte verhoogde lijstgevel met Art Deco belettering. Dak met kruispannen. In de rechter zijgevel kenmerkt zich nog de eind negentiende-eeuwse baksteenarchitectuur met o.a. een overhoekse muizentand. Originele dakkapel met oorspronkelijk schuifraam. Gevelsteen. Interieur Negentiende-eeuwse keukenschouw. Philibertspanten. Laboratorium uit 1938 met tegelafwerking en keukenblokken. BESCHRIJVING Historische context Het gebied rond de Rijndijk werd bij Leiden getrokken bij een grenswijziging in 1966. Bewoning en bebouwing gaan echter al veel eerder terug. Al in de zeventiende eeuw ontwikkelde zich op de Rijndijk, ten zuiden van de Rijn, een buurtschap op het grondgebied van Voorschoten - later ook wel “Voorschoten aan de Rijn” genoemd. In de negentiende eeuw was het een bedrijvig gebied geworden, met fabrieken, woningen, winkels, logementen, een bescheiden kerk en - al vanaf het midden van de achttiende eeuw - een eigen buurtschool. In 1826 werd er een nieuw schoollokaal gebouwd op de plek van Rijndijk 154-156. In 1874 gaf de gemeente Voorschoten opdracht tot het bouwen van een nieuwe, grotere school met onderwijzerswoning. Op 16 juni 1875 werd het gebouwd ingewijd – nog voor de ingrijpende schoolwet van 1878. De onderwijzerswoning bevond zich aan de straatzijde. De leslokalen aan de Rijnzijde. Opvallend zijn de grote ramen. Al tenminste van bij de Wet voor het Lager Schoolwezen uit 1806 werd veel belang gehecht aan voldoende ramen voor ventilatie en licht. Het schoolgebouw was een centrale ontmoetingsplek op de Rijndijk. Hier bevond zich namelijk ook een tappunt voor duinwater, een brievenbus en het gemeentelijke publicatiebord. De school functioneerde tot 1937. In 1938 werd het pand in gebruik genomen als Fabriek voor Diastatische Producten. Het bedrijf produceerde moutextracten als kleurstof en smaakversterker voor bakkerijproducten en snoep. Diastatisch komt van het Griekse woord diastasis, wat scheiden betekent, en refereert aan een onderdeel in het productieproces waarbij enzymen worden gebruikt om zetmeel op te breken in verteerbare suikers. Net als vele andere bedrijven in de omgeving, vestigde het bedrijf zich langs de Rijn vanwege de voordelen van transport over water. Zo werden grondstoffen via het water aangevoerd en kon het moutextract vervolgens naar de haven van Rotterdam worden vervoerd. In functie van de fabriek werd het voormalige schoolgebouw aangepast. De woning werd als kantoor in gebruik genomen, de klaslokalen als het feitelijke fabrieksgebouw, en in een nieuwe aanbouw werd het laboratorium gevestigd. Ook werd een kolenbunker en stoomketel geïnstalleerd. Aan de straatzijde verscheen de kenmerkende verhoogde lijstgevel met een nieuwe vensterindeling en het opschrift “Diastatische Producten” in een Art Deco typografie. Achter op het terrein verschenen in de tweede helft van de twintigste eeuw een aantal loodsen en andere bijgebouwen. In 1989 volgde een grote uitbreiding waarbij de voormalige klaslokalen gesloopt worden ten behoeve van een nieuwbouw. In deze periode veranderde het karakter van de buurt waarin de fabriek was ontstaan. Het voormalige buurschap werd omsloten door een nieuwe woonwijk, de Stevenshof. Vanaf het laatste kwart van de twintigste eeuw leidde dit tot aanhoudende spanningen tussen buurtbewoners, de fabriek en de gemeente Leiden omtrent milieuvervuiling, geluidsoverlast, stankoverlast, ontploffings- en brandgevaar. Het bedrijf bleef tot 2022 bestaan. Bouwhistorisch onderzoek De voormalige onderwijzerswoning is nog goed herkenbaar in de huidige bouwmassa. Het pand heeft een vrijwel vierkant grondplan van één bouwlaag en een zolder met een borstwering. Links achter is een oorspronkelijk dakkapel uitgebouwd. De voor-. achter en linkerzijgevel zijn thans gestuukt. In de rechterzijgevel is het oorspronkelijke schoonmetselwerk ter hoogte van de borstwering nog zichtbaar. Het is opgetrokken uit donkerbruine bakstenen die in kruisverband zijn gemetseld. Ter hoogte van de balklaag bevindt zich een gele band van IJselstenen. Ter hoogte van de goot zijn drie lagen verwerkt in een overhoekse muizentand. Deze kenmerken zijn typisch voor de laatnegentiende-eeuwse baksteenarchitectuur van de voormalige onderwijzerswoning. In de (ingebouwde) achtergevel bevindt zich een natuurstenen gevelsteen die leest: “De eerste steen gelegd door Ka.Ma.A0. Hoogendoorn Ma.Ca.Ha. vd Horn vd Bos. J. Duivenvoorden. P. van Steijn. Den 24 Maart 1875.” De huidige voorgevel is vernieuwd wanneer het schoolgebouw in gebruik werd genomen door de Fabriek voor Diastatische Producten omstreeks 1938. De oorspronkelijke gevel werd gewijzigd in een gestuukte verhoogde lijstgevel met grotere raampartijen – oorspronkelijk voorzien van glas-in-lood – en in reliëf de woorden “Diastatische Producten”. Het geheel heeft een uitstraling in Art Deco stijl. Het interieur van de voormalige onderwijzerswoning is qua indeling vrij oorspronkelijk. De structuur is samengesteld uit centraal een entree, gevolgd door een middengang naar achter. Aan beide zijdes van de gang bevinden zich een voor- en achtervertrek. Op de overgang van entreehal naar gang is een bovenraam met roede-indeling vermoedelijk uit de bouwtijd aanwezig. In het linkerachtervertrek bevindt zich een voormalige keukenschouw uit de oorspronkelijke bouwtijd. Daarnaast is een kast met een oorspronkelijke deur met lijst. Verder zijn er geen elementen uit de oorspronkelijke bouwtijd of uit de verbouwtijd omstreeks 1938 aanwezig in de voormalige onderwijzerswoning. In het hele pand zijn verlaagde plafonds aangebracht. Voor zover kon worden vastgesteld zitten er geen oudere stucplafonds boven. Ter hoogte van de rechter voorkamer is de rechter zijgevel doorgebroken en verheeld met de uitbouw van omstreeks 1938. De kapconstructie bestaat uit twee Philibertspanten die bij de makelaar met telmerken genummerd zijn. De spantconstructies dateren uit de bouwtijd en zijn typisch voor de negentiende eeuw. In het interieur werd een los plankje aangetroffen met het opschrift: “Dit gebouw gemaakt in het jaar 1875 Deze school is gemetseld door G. Hortensius van Hazerswoude en geopperd door G. Thuis van Voorschoten.” Rechts van de onderwijzerswoning bevindt zich een éénlaagse uitbouw die in de kern van omstreeks 1915 zal zijn, en die in 1938 in gebruik is genomen als laboratorium van de Fabriek van Diastatische Producten. Hier zijn hoog geplaatste ramen met gewapend glas aanwezig voor veel daglichttoetreding. Het interieur van het laboratorium is nog tot op zekere hoogte oorspronkelijk: het betreft de keukenblokken en de tegelafwerking op de wanden. De gebouwen op het achterterrein zijn onderzocht, voor zover ze toegankelijk waren. Het zijn utilitaire bouwwerken (loodsen, sproeidrooginstallatie, …) die in de tweede helft van de twintigste eeuw tot stand zijn gekomen in functie van de Fabriek van Diastatische Producten zijn aangepast. Ze hebben geen bijzondere architectuur- of bouwhistorische waarde. Cultuurhistorische waarde Het pand is van cultuurhistorische waarde als voormalige onderwijsinstelling, gelegen in een buurtschap binnen de naburige gemeente Voorschoten. Ondanks dat de school en de onderwijzerswoning pas in 1874 werden gebouwd, maken ze deel uit van een onderwijsgeschiedenis die op deze plek teruggaat tot het midden van de achttiende eeuw. Dit soort landelijke buurtscholen maken daarnaast een essentieel onderdeel uit van de sociale geschiedenis: ze vormen een levendige herinnering aan een bloeiende buurtschap. Tot aan het jaar 1938 diende het pand, naast zijn educatieve rol, namelijk ook als een ontmoetingsplek voor de buurtschap aan de Rijndijk in Voorschoten. De buurtschap had een rijke schakering aan voorzieningen en een eigen identiteit die verder reikte dan slechts enkele boerderijen langs de dijk. Het behoud van herinneringen aan dergelijke buurtschappen, die door de loop der tijd zijn opgenomen in Leiden, wordt als waardevol beschouwd. De bouwhistorische waarde van de onderwijzerswoning zit met name in een zeldzaam voorkomende kapconstructie met Philibertspanten. Daarnaast heeft het pand ook cultuurhistorische waarde vanuit zijn functie als voormalig fabrieksgebouw. Het pand functioneerde 85 jaar als een uniek agro-industrieel bedrijf, het enige in Nederland dat deze specifieke producten vervaardigde. Het bedrijf was zodoende een van de productiebedrijven in Leiden. De locatie aan de Rijndijk weerspiegelt de historische aanwezigheid van industrie langs de waterweg de Oude Rijn, waarmee het pand een typerend element vormt van dit historische landschap. Het meest sprekend is de architectuur: met name de voorgevel, als representatief onderdeel aan de straatzijde, heeft grotendeels zijn oorspronkelijke uitstraling behouden sinds de transformatie tot fabriek in 1938. Daarnaast is ook het laboratorium uit 1938 nog goed herkenbaar. WAARDERING Rijndijk 156 is van algemeen belang vanwege: - Cultuurhistorische waarde Het object heeft een hoge cultuurhistorische waarde: Vanwege de herinneringswaarde aan de watergerichte (Oude Rijn) industrie, het productielandschap ter plaatse, en de centrale functie van het gebouw in deze buurt (als voormalige onderwijzerswoning en later als de fabriek) aan de voormalige stadsrand. - Stedenbouwkundige waarde Het object heeft stedenbouwkundige waarde: Vanwege de ensemblewaarde als pre-stedelijk onderdeel van de lintbebouwing aan de Rijn - Bouwhistorische waarde Het object heeft een hoge bouwhistorische waarde: vanwege de zeldzame Philibertspanten in de kap die vooral in schoolgebouwen en overheidsgebouwen zijn toegepast. - Architectuurhistorische waarde Het object heeft architectuurhistorische waarde: Vanwege de typerende hoofdvorm en hoofdopzet van de voormalige onderwijzerswoning, de hoofdopzet van het interieur en voorgevel met zijn gave Art Deco-belettering die de transformatie tot fabriek representeert.